zaterdag 27 juni 2020

Nietgezel

"Heb je een vriend?" Op zich een logische vraag van een nog onbekende man. Helaas bij mij één zonder logisch antwoord. 'Nee, ik heb geen vriend. Tenminste, niet in de zin van een partner.' "Dus je bent vrijgezel?" 'Nou nee, ik ben niet beschikbaar of op zoek.'

In tegenstelling tot wat veel mensen - en ik vroeger ook - denken, bestaat daar nog een heleboel tussenin, een partner ja of nee. 'Ik heb twee liefdes en dat vind ik wel genoeg.' Voor mij zegt dat alles, maar mijn gesprekspartner snapt er weinig van. En bedenkt dan: "O, dus je bent polygaam?" Ineens komen er lichtjes in zijn ogen, de interesse neemt merkbaar toe. Dat klinkt spannend! 'Nou nee, ik zei toch net dat ik geen partner heb?' Er zijn twee mannen in mijn leven van wie ik oprecht hou en die heel dichtbij mogen komen. Als enigen. Voor een kus of een knuffel. Maar verder niet. 'Ik denk dat ik aseksueel ben.' "Ach welnee, dat kán niet..." En dan moeten er ineens telefoonnummers worden uitgewisseld. Wat dus écht niet gaat gebeuren. Ik was toch duidelijk genoeg?

Niet lang geleden kwam ik erachter dat ik aseksueel ben. We dachten dat het door trauma kwam, maar ook na al die therapie: het bleef. Ik heb uit mezelf geen behoefte om iemand te bespringen. Om overal aan dat lijf te gaan zitten. Maar het spel van flirten en verleiden, het glimlachen en wegkijken, dat vond ik vroeger wél ontzettend leuk. En een kusje kon er ook nog wel vanaf. Maar alles daarna hoefde van mij niet zo. Dat moeilijke gefrut en gewrijf van onderdelen tegen elkaar aan, dit moet hierin en dat zit daar, zo ingewikkeld, onpraktisch en stiekem best wel vies. Liever blijven hangen in die onschuldige fase van handen vast huppelend over straat en af en toe een kusje stelen. Ik heb gewoon geen zin in al die blote lichaamsdelen!

De volgende keer dat deze vriend-vraag komt, heb ik mijn antwoord klaar. 'Nee, ik ben gestopt. Ik ben nu niet-gezel.'

woensdag 13 mei 2020

Handsfree

De anderhalve meter samenleving. Een flinke onderlinge afstand en al zeker geen handen geven, drie zoenen of innige knuffels bij de begroeting. Wat een heerlijkheid! Van mij mag het zo blijven; ik houd niet van dichtbij. Het is ook nergens voor nodig, dat kleffe gedoe. Waarom moeten we per se lichaamsdelen tegen elkaar aan wrijven, terwijl we elkaar ook al hebben aangekeken én "hallo" hebben gezegd? Is dat niet een beetje dubbelop? Of strikt genomen, trippelop?

Misschien ben ik er wel te autistisch voor, maar ik kan er werkelijk met mijn atypische brein niet bij. Handen geven vind ik al vervelend, vaak erg in mijn ruimte maar vooral vreemd. "Alstublieft, hier heeft u mijn uitgestrekte vingers en daarna wil ik ze terug." Waarom? En nu, de gestrekte arm van beide partijen opgeteld is al zo ongeveer 1,5 meter, dus heláás geen ruimte meer om handen vast te pakken. Verder, hoe weet ik of die ander wel zijn handen heeft gewassen na toiletbezoek? En meestal doet het ook nog pijn (TOS, een vorm van RSI): de ander knijpt en ik knijp terug (au) of ik laat me fijnknijpen (ook au). En dan dat gelebber, die drie zoenen, vreselijk! Een jeugdtrauma dat me altijd bij zal blijven.

Vroeger moest ik als klein meisje al op verjaardagen de hele kamer rond, álle ooms en tantes feliciteren en als ze oud genoeg waren ook nog eens neven en nichten, met een hand geven EN 3 zoenen op de wangen. Een vreselijk, veel te dichtbij en behoorlijk viezig ritueel. Maar het hoorde erbij, dus deed ik het braaf. Iedereen kuste over de plekken van de ander heen, waardoor ze eigenlijk ook elkaar weer kusten, keer op keer. De familie hield een kwijlfestijn en had er geen idee van hoeveel bacterieën en potentiële ziektekiemen daarmee werden uitgewisseld.

Niemand leek zich bewust van de hoeveelheid rondgaand slijm en niemand leek het hele proces erg te vinden. Behalve ik. Ik moest daarna nog uren bij die verjaardag zijn, terwijl ik eigenlijk zo snel mogelijk thuis mijn handen en wangen had willen ontsmetten. Iew, allemaal speeksel en lippenstift (dat er soms ook met de vingers weer werd afgehaald, of eigenlijk, uitgesmeerd...). En niets dat ik eraan kon doen. Zagen die tantes mijn gruwel niet, terwijl ze me aan mijn voorzichtig uitgestoken handje tot heel vlakbij hun wangen trokken? De gekuste plekken voelde ik nog de hele middag zitten, als een soort gloeiende smetvlekken op mijn gezicht.

Dit soort overdreven innige en onhygiënische rituelen hebben we toch helemaal niet nodig? Dat is ook wel gebleken: we doen ze nu al maanden niet en de wereld draait nog steeds.
Inmiddels heb ik een "coming out" gehad over het handen geven en zoenen. En aan nieuwe mensen vraag ik al op afstand: "Mag het handsfree?"

woensdag 22 april 2020

Huisspinnen bestaan niet

Echt. Ze bestaan NIET. En ik kan er heel slecht tegen als iemand beweert van wel. Meestal door die term te gebruiken voor de meest vreselijke, angstaanjagende, indrukwekkende en gruwelijke spin die Nederland kent. Hij komt in meerdere varianten, ongetwijfeld niet eens hetzelfde ras, maar krijgt doorgaans die naam van mensen die zelf tegen alle logica in volstrekt geen angst hebben voor dergelijke monsters.

De dikke lijven, de lange, stevige, harige gehoekte poten en hun manier van bewegen, waarbij ze het ene moment compleet stil, het andere moment keihard hoog langs muren en plafonds rennen om vervolgens geheel onverwachts weer te bevriezen, danwel zich te laten vallen en verder te rennen. Hoe kan een mens, voorgeprogrammeerd door miljoenen jaren evolutionair bepaalde gefundeerde en terechte angst voor spinnen, zich daar níet compleet kapot van schrikken?

Huisspinnen dus. Mooi niet. Zoals ik ze ken, zijn het eerder een rioolspin - de zwarte variant die zich opvallend vaak ophoudt in de buurt van dakgoten en afvoeren - en een bosjesspin - de bruine; de naam zegt wel genoeg. 
De term huisspin suggereert dat het walgelijke insect ofwel thuishoort in huis (dat doet het zeker niet!), ofwel graag bij ons in huis komt logeren, waardoor we hem er tegen komen (iets dat ik weiger te geloven).

Als ik wat dapperder was geweest, had ik wat online research gedaan en nu precies kunnen vertellen om welke spinnensoorten het wél gaat, waar ze werkelijk leven en hoe we ze zouden moeten noemen. Er is echter één probleem. Ik durf niet. Want wat gebeurt er onvermijdelijk wanneer deze arachnofoob op haar tablet een relevante zoekterm intypt: er komen foto's in gigantische close-up van monsterlijk formaat via de tablet op haar schoot. Een eenmalige actie tegen de kosten van een nieuwe tablet, met als enige pluspunt dat ik eindelijk weet hoeveel meter ik dit apparaat door de woonkamer kan slingeren.

Een conclusie blijf ik u dus verschuldigd, voel u vrij om zelf te gaan zoeken. 
Echter, neem alstublieft één ding van mij aan: huisspinnen bestaan NIET!

woensdag 25 maart 2020

Welkom!

Een bijzondere tijd misschien om een blog te beginnen, wellicht zelfs een beetje "not done". Maar middenin alle Corona perikelen ga ik hier toch mijn eerste blog beginnen. Welkom.

Ik ben Vera, 39 en ik heb meer diagnoses dan hier op 1 regel zouden passen. Zowel met psychisch als lichamelijk leed ben ik ruim bedeeld. Precies dat euvel zal soms het onderwerp, soms de achtergrond worden van mijn schrijfsels. Wees gerust, ik heb mijn blog zeker niet bedoeld als digitale klaagzang. Juist als een plek waar hopelijk andere mensen iets aan mijn onhandige, flauwe, onschuldige of ronduit stupide acties en ervaringen kunnen hebben. Eén glimlach is voor mij genoeg. Dus: smile!